De eerste autobussen tussen Vianen en Gorcum

KRONIEK
1999-4

Door Walter van Zijderveld

Inleiding
In het jaar 2000 zal, wanneer alles volgens plan verloopt, een boek verschijnen over de noord-zuid verbinding door de Vijfheerenlanden. Zowel de trekschuiten, de stoomschepen, het veranderen van de Zederik, via het Zederikkanaal in het Merwedekanaal, als de post-koetsen, de diligences en de eerste autobussen worden daarin be-handeld. Dit artikel is hiervan een voorproefje en behandelt een stukje geschiedenis van Lexmond en van Hei- en Boeicop.

De opkomst van de autobussen (1921-1924)
In de Eerste Wereldoorlog werden voor het eerst in de geschiedenis bij de oorlogvoering veel auto’s ingezet. Toen de oorlog was afgelopen werden de wagens in grote hoeveelheden op de markt gebracht. Meestal waren ze relatief goedkoop en konden ook in de burgermaatschappij worden gebruikt.

De autofabrieken zaten na de oorlog plotseling zonder werk en ook die schakelden over op de productie van civiele voertuigen. Er was dus plotseling voldoende aanbod. Toch duurde het nog tot omstreeks 1922 voor nieuwe autobussen in ons land legaal werden ingevoerd. Ook de lust om in de grotere steden inkopen te gaan doen was na de oorlog fors toegenomen en ook voor andere zaken wilde men steeds vaker naar de stad. In dit klimaat kon een autobusdienst wel gedijen.

Daar kwam nog bij dat, sinds de Wet op de Openbare Vervoer-middelen in 1880 van kracht was geworden, iedereen een personen-vervoerdienst kon beginnen zonder hiervoor een vergunning aan te vragen. Men was alleen verplicht om een advertentie in de lokale bladen te plaatsen, waarin de tarieven, de tijden en de route werden vermeld. Het enige wat de ondernemer met de overheid (gemeente) moest regelen was het aanvragen van een standplaats. Meestal waren die gemeenten maar wat blij dat er een openbaarvervoerdienst kwam, zodat het aanwijzen van een standplaats zelden problemen gaf. Autobussen die uit overtollige legervoorraden afkomstig waren, konden direct worden ingezet. Het kwam echter ook vaak voor dat een autobus werd gemaakt van een kaal chassis of een vrachtauto. Dat werd dan vaak gedaan door de plaatselijke wagenmaker. Zo verscheen in De Vijfheerenlanden van 26 februari 1921 het volgende bericht. In de werkplaats van den wagenmaker H. Ottevanger, Nieuw-straat, Leerdam, heeft men laten zien dat men nog wel iets anders kan dan het maken van een kar of een wagen. Van een onderstuk van een auto heeft men een autobus geconstrueerd die uitmunt door sierlijken vorm en practische inrichting. De vorm is genomen naar een tram-wagen. Van buiten is alles bezet met geslepen spiegelglas terwijl er binnen ruimte is voor 14 personen. De banken zijn niet alleen sierlijk maar ook gemakkelijk. Een installatie voor electrisch licht zorgt dat men ook niet in het donker behoeft te zitten. De heer Ottevanger is van plan deze auto productief te maken door deze te verhuren. We wenschen den ondernemer groot succes. Hedenmiddag had een proefrit plaats over Meerkerk en Arkel.

Het rijden met dit soort bussen of met oude legerbussen was nog lang niet comfortabel. De banden waren van massief rubber en vaak was de vering stug. Verwarming en ventilatie waren niet aanwezig, de motor maakte veel lawaai en vaak rammelden de ruiten. Ventilatie kon alleen worden verkregen door het openen van de ramen, maar dat was bij slecht weer ook geen oplossing. De snelheid was ook niet hoog. Vaak was die maximaal 20 à 25 km/u, wat in onze ogen lang-zaam, maar voor die tijd snel was. Per slot van rekening was men gewend aan paardentractie en die ging in die tijd niet zo snel. In de bebouwde kommen mocht vaak niet harder dan 15 km/u worden gereden. Vooral in Gorcum werd daar door de politie nauwlettend op toegezien.

De inrichting van de bussen was heel anders dan tegenwoordig. Behalve dat het meestal omnibussen waren, dus met banken langs de zijkant, zat het stuur bij de eerste bussen aan de rechterkant, dus aan de andere kant dan we nu gewend zijn. Als claxon werd vaak een knijpbalg met een hoorn gebruikt.

Er kwamen ook nieuwe bussen op de markt. Deze waren vaak een stuk beter dan de oude legerbussen en “zelfgemaakte” autobussen. De nieuwe bussen hadden luchtbanden en de carrosserie was een stuk lichter, waardoor de kans minder groot was dat de bus in een bocht omsloeg1.

Evenals in de rest van Nederland verschenen in de Vijfheerenlanden en de Alblasserwaard in de jaren 1922-1924 diverse autobusdiensten op het toneel. Het was de periode waarin bleek dat de autobus het definitief had gewonnen van de paardentractie. Het was ook een periode waarin een moordende concurrentie losbrandde die nog een paar jaar daarna doorging.

De eerste autobus tussen Gorcum en Vianen (1922)
Vanuit Vianen reden al in 1913 autobussen naar het noorden, maar naar het zuiden, richting Gorcum reden ze nog steeds niet. De ondernemingen die tussen Vianen en Utrecht reden zagen er kennelijk geen brood in om hun diensten te verlengen naar Gorcum. Tussen Vianen en Gorcum was tot dat moment geen enkel openbaar personenvervoer. De noord-zuid verbinding via beide steden was tot nul gereduceerd. Dat was een heel verschil met twee eeuwen daarvoor! Toen voeren er trekschuiten en reden er postkoetsen.

Pas in 1922 werd tussen Vianen en Gorcum de eerste autobusdienst opgericht. Dit werd gedaan door de Lexmondse koopman Dirk Rietveld.

Een strooibiljet van D. Rietveld, voorzien van zijn handtekening.

Zijn Auto-Omnibusdienst Vianen-Gorcum ging vanaf 1 mei 1922 van start en maakte die rit drie dagen per week. Dat was op maandag (marktdagen te Gorcum), woensdag (marktdag te Vianen) en zaterdag. Elke dag reed de bus tweemaal per dag heen en weer.

Tussen Lexmond en Vianen was dit zelfs driemaal omdat Rietveld in Lexmond woonde en de rit in Vianen begon en eindigde. Voor de afstand Vianen-Gorcum moest f 1,- worden betaald. Er kwamen advertenties in de kranten, er werden dienstregelingen gedrukt en de wagen werd door de gemeente Utrecht goedgekeurd voor het vervoer van personen. Hierbij werd geconstateerd dat het benzinereservoir volgens de eisch was uitgevoerd.

Een advertentie van D. Rietveld in de avondpost van 22 april 1922.

Rietveld begon de dienst met een zes jaar oude Opel autobus uit 1916 die hij tweedehands had gekocht. De motor leverde 20/40 paardekracht.

Zijn Auto-Omnibusdienst Vianen-Gorcum ging vanaf 1 mei 1922 van start en maakte die rit drie dagen per week. Dat was op maandag (marktdagen te Gorcum), woensdag (marktdag te Vianen) en zaterdag. Elke dag reed de bus tweemaal per dag heen en weer.

Tussen Lexmond en Vianen was dit zelfs driemaal omdat Rietveld in Lexmond woonde en de rit in Vianen begon en eindigde. Voor de afstand Vianen-Gorcum moest f 1,- worden betaald. Er kwamen advertenties in de kranten, er werden dienstregelingen gedrukt en de wagen werd door de gemeente Utrecht goedgekeurd voor het vervoer van personen. Hierbij werd geconstateerd dat het benzinereservoir volgens de eisch was uitgevoerd.
Rietveld begon de dienst met een zes jaar oude Opel autobus uit 1916 die hij tweedehands had gekocht. De motor leverde 20/40 paardekracht.

Mogelijk heeft de bus van Dirk Rietveld er zo uitgezien.

In een verslag van ooggetuigen lezen we de volgende bijzonderheden: Het was een omnibus van een Duits merk met een passagiersruimte die aan de achterzijde, via een trapje en een balcon, toegankelijk was. Bij de openingsrit, die ook toen al een feestelijk karakter droeg, waren burgemeester J. Pot en wethouder B. Ipenburg op het balcon gezeten, terwijl het voertuig werd bestuurd door Dirk Goemaat, een zoon van de Lexmondse manufacturier Jan Goemaat. De exploitant Rietveld fun-geerde zelf als “conducteur” en incasseerde op het balcon de passa-geprijs van de reizigers. Voor dat doel hoorde een flinke beugeltas met schouderriem tot zijn uitrusting.

De indeling van de bus is waarschijnlijk gelijk geweest aan die van de Vianees A. Lemmen die anderhalf jaar later met een soortgelijke bus de diensten Vianen-Leerdam en Vianen-Culemborg begon.

Het deel van de brief van de Viaanse stadsarchitect S. Feikema waarin de indeling van de auto-omnibus van A. Lemmen wordt gegeven.

De banken stonden in de lengterichting van de bus en tegen het schot dat zich tussen de chauffeursplaats en de passagiersruimte bevond, was een dwarsbank geplaatst. Uit de tekst die bij het schetsje hoort dat van de bus van Lemmen bestaat, lezen we dat er ook nog vier stoeltjes tussen de banken konden worden gezet en dat naast de chauffeur nog twee passagiers konden plaatsnemen op de voorbank. Erg veilig was dat in onze ogen niet, maar in die tijd had men daar nog geen oog voor. Of bij Rietveld ook stoeltjes in het gangpad mochten worden gezet is niet bekend, maar wel aannemelijk.

In 1922 en latere jaren was het economische klimaat slecht. Er was een toenemende werkloosheid en de mensen kregen steeds minder te besteden. Geen wonder dat het commentaar van de Nieuwe Gorinchemse Courant als volgt luidde: Zeldzaam zijn thans degenen die een nieuwe onderneming beginnen. Daarom verdient de autodienst Gorinchem-Arkel-Lexmond-Vianen de volle aandacht.

Rietveld had durf, maar had ook zijn zaakjes goed voor elkaar. Aanvankelijk liepen de zaken kennelijk goed, want reeds op 29 mei 1922 had hij, in verband met het grotere aantal passagiers, een tweede autobus ingezet. Deze reed tussen Gorcum en Meerkerk op dezelfde tijden, maar ging dan niet verder naar Lexmond en Vianen, maar naar Ameide. Deze uitbreiding werd door middel van strooibiljetten bekend gemaakt en verder konden te Ameide inlichtingen worden ingewonnen bij de gebroeders Bor, die daar een vrachtautodienst exploiteerden.

Helaas zette het geluk voor Rietveld niet door. Uiteindelijk bleek er toch te weinig belangstelling voor zijn dienst te zijn en reeds na ruim vier maanden, op 9 september 1922, moest hij zijn dienst alweer staken.

Rietveld beëindigt zijn autobusdienst.

Rietveld was één van de weinigen die geen subsidie vroegen maar de dienst op eigen kracht wilden volhouden. Dat werd hem noodlottig. Het is trouwens de vraag of hij die subsidie wel zou hebben gekregen2.

Na Rietveld probeerde Westerhoud het
Vrij snel nadat Rietveld met zijn dienst was gestopt, kwam er weer een andere gegadigde. Dat was Cornelis Westerhoud Pz uit Hei- en Boeicop, die wel iets zag in zo’n autobusdienst tussen Gorcum en Vianen. Hij wilde daarvoor een nette passagiersauto van het type als thans rijdt van Vianen op Utrecht kopen en daarmee op maandag, woensdag en zaterdag tweemaal per dag op en neer rijden. Gezien ook het verloop eener vorige proefneming van Rietveld vond hij het financiële risico echter te groot om alleen te dragen.

C. Westerhoud uit Hei- en Boeicop vraagt subsidie voor de op te richten autobusdienst Vianen-Gorkum.

Hij vroeg daarom eind september 1922 een geldelijke bijdrage aan de gemeenten die op de route lagen, maar daar begonnen de gemeenten niet aan. Vianen vond de dienst niet zo noodzakelijk, temeer nog daar de Inspectie der Directe Belastingen op 1 januari 1923 van Gorcum naar Utrecht verplaatst wordt3. In die tijd was er kennelijk nogal wat contact tussen de gegoede burgers en de belastingdienst waarvan de busdienst kon profiteren. Bij gebrek aan financiële ondersteuning haakte Westerhoud maar meteen af en was er weer geen autobusverbinding tussen Gorcum en Vianen.

Hagenouw en anderen op de route Vianen-Gorcum (1922-1925)
Sinds begin september 1922 bestond er, evenals vóór april van dat jaar, geen geregeld openbaar vervoer tussen Gorcum en Vianen. Dat ongemak duurde echter niet lang. Na drie maanden, op 4 december 1922, verscheen gelukkig weer een omnibus op de route. Hij werd geëxploiteerd door M. Hagenouw uit Utrecht, die ook de dienst Vianen-Utrecht exploiteerde.

De Utrechter Hagenouw had op 29 januari 1923 concurrentie gekregen van zijn stadsgenoot Pieter Cornelis van Dis, die een autobusdienst was begonnen van Vianen naar Gorcum.
Reeds 3 maanden later, op 20 april 1923, stopte Van Dis ermee..4

De autobus komt ook in Hei- en Boeicop
De busdiensten die er tot nog toe waren geweest of nog waren, reden allemaal via Lexmond, Meerkerk en Arkel. In 1924 kwam er een dienst op de noord-zuid route tussen Gorcum en Vianen, die een andere route reed en het vele jaren uithield. Het was de dienst van C. Boom uit Ameide die in de krant trots de Eerste Autobusdienst Gorcum-Leerdam-Vianen aankondigde. Op 28 januari 1924 begon de dienst. De bus reed dagelijks drie of vier keer op en neer, afhankelijk van welke dag en welke gemeente het was. Op zondag werd er niet gereden. In Vianen was zijn halte tegenover de winkel van L. van Dijk op de Voorstraat5.

Op 8 september 1923 begon C. Boom met de Eerste Dagelijksche Auto-Omnibusdienst Gorcum-Culemborg over Arkel, Kedichem, Leerdam, Schoonrewoerd en Everdingen te rijden. Kennelijk was het niet zo’n succes want met ingang van 22 oktober 1923 werd de dienst Eerste Autobusdienst Gorinchem-Schoonrewoerd genoemd en uitgebreid tot Hei- en Boeicop. Naar Culemborg werd toen alleen nog maar op dinsdag gereden.

De autobus van Boom kwam niet veel in Hei- en Boeicop.

Voor Hei- en Boeicop was deze dienst een uitkomst. Weliswaar kon men dinsdags niet met de bus vertrekken en op de andere vijf werkdagen slechts één of twee maal, maar dat was beter dan niets. De gemeenteraad van Hei- en Boeicop verstrekte aan C. Boom voor 1924 daarom een subsidie van f 100,- om diens autobusdienst te steunen, welke voor deze gemeente van zoo groot belang is. Het enige probleem was dat de dienstregeling ongeveer om de twee maanden wijzigde, wat nogal wat irritatie bij de reizigers opleverde.

De autobusdienst, liever gezegd de chauffeur van de autobus, heeft Hei- en Boeicop nog voor een flinke brand behoed. Dat kwam zo. Op woensdagmiddag 6 februari 1924 was in de houten werkplaats van de fietsenmaker P.v.d.B. een binnenbrandje ontstaan doordat de vlam in een kokende pot lak sloeg. Juist op dat moment kwam de autobus langs en zag de chauffeur wat er aan de hand was. Hij handelde direct en vooral door zijn toedoen werd de brand geblust. Het vuur was nog niet overgeslagen en zo werd een ramp voorkomen. V.d.B had brandwonden in zijn gezicht gekregen. De autobusdienst had zo onbe-doeld ook hierin zijn nut bewezen6.

Toen Boom begon, waren er al een paar anderen geweest die een deel van die route exploiteerden. Zo was Adrianus Kleijn uit Asperen op 3 december 1923 begonnen met de dienst Asperen-Leerdam-Vianen en Arie Lemmen uit Vianen rond 1 december 1923 met een autobus voor 18 personen die de dienst Vianen-Leerdam en Vianen-Culemborg reed7.

Naschrift
Aanvullingen, commentaar en foto’s zijn van harte welkom.
Met dank is gebruik gemaakt van de gegevens uit het archief van P. van Iperen.

Noten

  1. De Vijfheerenlanden, 26 febr. 1921; Wallast, Martin, Autobussen in Nederland. 90 jaar historie in woord en beeld, Uitg. Elmar BV, Rijswijk, 1987, p. 18-31
  2. GAG, IB, rubr. 57, 19 apr. 1922; GAL, IB, 29 apr. 1922; De Avondpost, 20 april 1922; NGC, 26 april, 6 mei en 3 juni 1922; Brief van J. Schrijver (Meerkerk) aan P. van Iperen (Hagestein) met informatie van T. van Zessen (Lexmond) en M. Bor (Meerkerk), 1987.
  3. GAG, IB, rubr. 57, 17 sept. 1922; NBW, 2 okt. 1922; GAL, VGR, 20 sept. 1922; GAV, VGR, 12 okt. 1922; NBW, 21 sept. 1922
  4. GAV, IB, 20 jan. en 15 apr. 1923
  5. GAV, NBW, 4 dec. 1923
  6. NGC, 8 sept., 17 okt. 1923, 2 jan., 9 febr. en 4 okt. 1924
  7. GAV, IB, geen datum

Afkortingen:
GAG       Gemeentearchief Gorinchem
GAL        Gemeentearchief Lexmond
GAV       Gemeentearchief Vianen
IB            Ingekomen brieven
NBW      Notulen Burgemeester en Wethouders
NGC       Nieuwe Gorinchemsche Courant
VGR       Verslagen Gemeenteraad

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *