De Zevenhoeven

KRONIEK
1999-4

Door Joh. de With

In het vorige artikel, Het ontstaan van Hei- en Boeicop, is de naam Zevenhoeven al gevallen voor het meest oostelijke deel van de polder Neder Heicop.

Dit stuk land heeft een interessante geschiedenis achter de rug, waarbij tevens blijkt dat namen erg oud kunnen worden, ook al dekken ze de lading niet meer. De Zevenhoeven is namelijk geen zeven, maar slechts zes hoeven groot. Weet u nog wel, een hoeve is een stuk land met een oppervlakte van 16 morgen of circa 14,5 hectare.

De naam Zevenhoeven werd in mijn jeugd door de plaatselijke bevolking nog volop gebruikt, maar is nu schijnbaar wat in het vergeetboek geraakt. Je hoort deze naam bijna niet meer noemen. De meest oostelijke grens van genoemd stuk polder ligt in het midden van de sloot tussen de huidige Zijdelkade van polder Over Heicop en de Rijskade van Neder Heicop. De Rijskade werd vroeger ook wel Nieuwekade genoemd en vormt de grens tussen de huidige gemeenten Leerdam en Zederik.

De oudst bekende vermelding van de Zevenhoeven dateert van 1434, als deze landen door Reynold van Brederode in een akte over de huwelijkse voorwaarden bij het huwelijk van zijn zuster Walraven met Gerit van Werdenborch (Waardenburg), als hilicxgoede mit haer te hebben die heerlichheide van die Sevenhoeven, alsoe groot ende cleyn als hij se daer heeft, in alre maten als sij heer Jan van Schonouwen van de hostee van Vyanen te houden plach1.

De ontginning, die hier een aanvang heeft genomen omstreeks 1130, toen Andreas van Cuyck te Utrecht bisschop was, is begonnen langs de Kortgerechtseweg te Schoonrewoerd. Aan het gezag van de familie Van Cuyck komt vier jaar later goeddeels een eind, wat ook gevolgen blijkt te hebben gehad voor de ontginning. Immers, de polders Over en Neder Heicop zijn van de vroegste tijden af niet alleen als polder verdeeld geweest, maar ook staatkundig zijn ze gescheiden gebleven. Het oostelijke deel viel onder Schoonrewoerd, dat een voormalig Cuycks leen was, en het westelijke deel maakte, zoals ook uit boven-genoemde akte is gebleken, deel uit van het bezit van de Van Vianens en Van Brederodes.

Toen voor de Cuycken de problemen zich aandienden, zal de ont-ginning gevorderd zijn geweest tot aan de voormalige Kuiperskade, nu weiland, liggende ten westen van het perceel Hei- en Boeicopseweg no. 7-9. Op de eerste kadasterkaart hebben de oostelijk van perceel 11-13 gelegen smalle stukken land alle een apart nummer gekregen. Nu zijn ze door demping van sloten bij laatst genoemde perceel getrokken.

In een opsomming uit 1618 wordt deze Kuiperskade Cuperskade genoemd2. De naam verwijst naar gronden die eigendom van een stad of polder zijn3 en heeft niets te maken met kuipers, de makers van tonnen,.

In de vorige eeuw werd de Kuiperskade genoemd als begrenzing van een tiendblok. In mijn jeugd waren kleine stukjes van die kaden in gebruik als smalle bouwakkertjes.

Dat de Zevenhoeven deel hebben uitgemaakt van de polder Over Heicop blijkt in de eerste plaats door de grensscheiding tussen de polders Boeicop en Heicop. Vanaf Zwaanskuiken tot de Bosseheul ligt die grens in de vroegere noordelijke bermsloot. Van de Bosseheul tot aan de voormalige Kuiperskade treffen we die grens aan op het midden van de Hei- en Boeicopseweg en voor de Zevenhoeven in het midden van de zuidelijke bermsloot, net als in Over Heicop onder Schoonrewoerd. Een tweede bewijs is de oude bebouwing. Voor de polder Over Boeicop vinden we die aan de zuidrand van de polder, net als elders (Zijderveldselaan, Hoogeind van Leerbroek). Dat geldt ook voor de Zevenhoeven langs de Hei- en Boeicopseweg. Ten westen van de genoemde Kuiperskade is wel oude bebouwing op de noordzijde van de percelen, maar hier is geen oude bebouwing langs de Huibert als voortzetting van Over Heicop. Hier stond vroeger wel een boerderij in de Zevenhoeven, dat de indruk geeft dat men vanuit Over Heicop teveel naar het westen was doorgeschoten. Deze hoeve stond dus op grondgebied van Neder Heicop en is in 1787 gesloopt en niet meer herbouwd. Kerkelijk behoorde die oude boerderij echter oorspronkelijk onder Schoonrewoerd.

De afgelegen ligging van de boerderij zal niet bevorderlijk zijn geweest voor een efficiënte bedrijfsvoering. Haar uitweg liep over de eerder genoemde Nieuwe- of Rijskade naar de Hei- en Boeicopseweg, maar kwam en komt daar niet rechtstreeks op uit. Zij loopt met een haakse bocht naar het westen. Vroeger liep zij zelfs via een huiswerf nog meer naar het westen en kwam toen op de Hei- en Boeicopseweg uit, dus liep tot voorbij de grens tussen Over en Neder Boeicop. Hieruit blijkt wel hoe belangrijk het handhaven van grenzen vroeger was en verklaart ook de vreemde loop van het huidige fietspad.

De bewoners van de boerderij zijn tot aan de sloop in 1787 bekend. In het verpondingsregister, aanwezig in het oud-archief van Hei- en Boeicop, kunnen we lezen dat zij steeds de toevoeging “In den Hoek” kregen.

De Kuiperskade lag precies op het midden tussen de Blauwbijl en de Zederik. Vermoedelijk was de polder Over Heicop tot daartoe uitgezet en mogelijk uitgegeven maar nog niet volgebouwd, toen de concessiehouders in de problemen kwamen. In ieder geval was de ontginning niet meer namens de Utrechtse bisschop voortgezet, maar namens de graaf van Holland, die deze gronden in leen had uitgegeven aan de Van Vianens.

Hierin kunnen we ook de oorzaak van de tweedeling zoeken van wat als een polder ter ontginning is uitgegeven. Maar het bezitten van gebied betekent macht, reden waarom de Kuiperskade als grens zal zijn aangevochten en dat mogelijk met succes voor de graaf van Holland. De grens tussen Over en Neder Heicop werd zeven hoeven of veertien weren land naar het oosten verlegd, waar een nieuwe kade werd aangelegd. Van deze kade is geen naam bekend. Zij heeft ge-legen achter de woning Over Boeicop no. 23. Het eerste stuk kade ligt er nog steeds en op de eerste kadasterkaart zijn ook midden in de polder delen van die kade als smalle stukken grond ingetekend.

De naam Zevenhoeven dateert dus vanaf het moment dat het gebied werd begrensd door de Kuiperskade en de naamloze kade, die als grens tussen Over en Neder Heicop ging fungeren. Toen zal de Kuiperskade, die geen nut meer had, zijn verlaten en is daarna ver-vallen.

Door een niet bekende oorzaak is de grens later weer een hoeve (of twee weren land) naar het westen verlegd, waardoor de huidige Zijdelkade nodig werd, liggende op de uiterste westgrens van Over Heicop. Toen was de Zevenhoeven nog maar zes hoeven groot. Die zes hoeven waren in 1435 eigendom van de Van Vianens, zoals we eerder zagen.

Een volgend bericht over de Zevenhoeven dateert uit 1465, als Johan, heer tot Broeckhuysen en Werdenborch, verklaart dat uit deze landen jaarlijks 50 oude schilden betaald moeten worden aan Gijsbrecht van Vianen, domproost, en Reynold, heer tot Brederode. Deze goederen werden in dat jaar overgedragen aan zijn broer Willem5.

Daarna zijn het in 1471 de Heicopse schout en drie van zijn schepenen die ons informeren over de overdracht van vijftig morgen land aan Willem van Werdenborch, kanunnik ten Dom te Utrecht. Tevens blijkt uit dit stuk dat veertig morgen in bezit zijn van Folperts erfgenamen Van Amerongen6.

In 1478 werden voor het Heicopse gerecht veertig morgen land in de Zevenhoeven door Willem van Broeckhuysen overgedragen aan de Domkerk te Utrecht, die er tot aan de dood van Willem over mocht beschikken. Niet duidelijk is hoe het daarna met het eigendomsrecht is verlopen. Een uitspraak van ons gerecht op de laatste dag van maart 1520 leert ons dat de Domkerk eigenlijk geen rechten op dit land kon doen gelden. Dit was gebaseerd op de uitspraak op een eis van Diedrick van Haeften. Hierin werd tevens vermeld dat het testament van zaliger Willem van Waerdenborg niet rechtsgeldig was, omdat hij geen eigenaar van dit land is geweest, doch dat dit toekwam aan de heer Van Brederode7. Hoewel niet expliciet in deze akte vermeld, zal er mogelijk sprake zijn geweest van vruchtgebruik, dat na verloop van

tijd door de Domkerk als eigendom is opgevat. Uit genoemde stukken blijkt, dat de in de Zevenhoeven gelegen landen van oorsprong eigendom waren van de landsheren in Vianen.

Toen in de vorige eeuw een register van de geërfden van Heicop werd opgezet, begon men in het oosten met de eerste tot en met de zesde hoef en vervolgde met het zevende weer8.

Ook de ontwatering van de Zevenhoeven wijkt af van het overige deel der polder. Hier twee weteringen, de Eerste en de Tweede Zeven-hoefsewetering, terwijl ten westen er maar één is: de Nederheicop-sewetering.

Aanvankelijk waterde De Zevenhoeven af via de polder Over Heicop, wiens wetering ongeveer recht voor die van Neder Heicop lag en dan via het dorp Schoonrewoerd naar de polder Schaik en via deze naar de Linge bij Leerdam. Ook dit verwijst naar de tweedeling van circa 1134, waarbij eigen water over eigen land werd afgevoerd. Na het verlaten van de Kuiperskade zijn, door het graven van de Schenkelvliet ten oosten van die kade, de weteringen met elkaar verbonden, omdat de ontwatering naar het westen moest worden verlegd.

Uit het gegeven dat de heren van Vianen rond 1400 slechts zes hoeven in bezit hadden, kan de conclusie worden getrokken dat een oude, maar oneigenlijke naam, zich tot in onze tijd heeft gehandhaafd.

Noten

  1. Staatsarchief Detmold, L3, no. 73 (meerdere akten)
  2. Kort, J.C., Het Leenhof van Vianen, in Ons Voorgeslacht
  3. Verwijs en Verdam, Middeleeuws Woordenboek
  4. Rijksarchief in Zuid-Holland, rechterlijk archief Hei- en Boeicop, inv. nr. 619
  5. Staatsarchief Detmold, L3, no. 73 (meerdere akten)
  6. Staatsarchief Detmold, L3, no. 73 (meerdere akten)
  7. Staatsarchief Detmold, L3, no. 73 (meerdere akten)
  8. Particulier eigendom van G.C. Brouwer.

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *