Geschiedenis van Lakerveld (6)

2000-1

KRONIEK
2000-1

Molens (deel 2)

Door Peter de Pater

Dit verhaal is een vervolg op het artikel dat in de “Lek en Huibert Kroniek” van november in het vorige millennium gepubliceerd werd, dat klinkt erg lang geleden trouwens.
Kort samengevat kan men wat de “Lakerveldse” molens in de 20e eeuw betreft vier belangrijke jaren noemen:

1905:  Einde van de Roode en de Lekkerse Molen.
Reden: de komst van het stoomgemaal ” De Hoop”.

1926:  Einde van de Plukkop en de Scherperswijkse Molen
Reden: de komst van het gemaal op Scherperswijk,en een gemaal op Achthoven.

1951:   Einde waterfunctie van de Bonkmolen.

1986:   Einde van de Vlietmolen. Reden: de komst van het onbemande gemaal aan het
Merwedekanaal.

Hier volgt de geschiedenis van vier andere “Lakerveldse” molens.
Bij het schrijven van deze ene zin besef ik het volgende. Er leven geen Lexmonders meer die de Roode en de Lekkerse Molen ooit gezien hebben. (Bovendien zijn er weinig die zich de Plukkop, de Scherperswijkse en de Kievit nog voor de geest kunnen halen.) Misschien hadden we 20 jaar eerder met de “Lek en Huibert” kroniek moeten beginnen, dan hadden we de gegevens van Lakervelders kunnen gebruiken, die nu niet meer leven, maar veel kennis hadden van dit gebied. Één van hen wil ik toch met name noemen, dit betreft de in 1992 op 95-jarige leeftijd overleden Gerard Lakerveld. In volgende artikelen hoop ik gebruik te maken van zijn materiaal. De inmiddels bekende P. Horden Jzn. kwam bij hem op bezoek om gegevens voor zijn zeer gewaardeerde boeken over de geschiedschrijving van een gebied waarover ik wat verhalen probeer te vertellen. Tot zover dezemijmering. Laten we verder gaan met de molens.

  1. De Lekkerse molen

Deze molen stond tot 1905 aan de Meerkerkse kant van het huis van Peet Vroon aan de Zederikkade. Voor de tegenwoordige wandelaar en fietser dus langs de Zederikkade tussen het viaduct in de Veldweg over de A27 en Meerkerk. (In het vorig nummer van ons blad, staat deze molen op het kaartje.) De plaats waar de molen eens stond is duidelijk te herkennen in het Lakerveldse landschap. Zuidelijk van het huis van Peet Vroon komt een brede sloot, de “Kleine Vliet” geheten tegen de Zederikkade. Noordelijk daarvan stond de molen. Deze plaats heet nog steeds “de Molenwerf”. De naam Lekkerse zal waarschijnlijk een verbastering zijn van het woord “Lakerveldse”. Het is aannemelijk dat deze molen er in 1736 stond. In de archieven staat vermeld dat in dat jaar de zg. Lakerveldse molen werd vernieuwd. In 1868 werd de Lekkerse molen voorzien van een ijzeren scheprad, wateras en waterstoel door aannemer L.S. Enthoven en Co. uit Den Haag. Dit was 8 jaar eerder dan de Vlietmolen van Jan van Wijk, waarmee het belang van deze molen voor West-Lakerveld wordt aangegeven.

In 1895 werd in opdracht van Gerrit (“Gart”) den Braven het tegen-woordige huis van Peet Vroon en zijn vrouw Toni den Braven gebouwd, dat aanvankelijk hoofdzakelijk uit hout was opgetrokken. In 1905 werd de Lekkerse molen gesloopt, omdat het nieuw gebouwde stoomgemaal “De Hoop” bij Jan van Wijk het overtollige Lakerveldse water wel even op de Zederik zou gaan lozen. Omdat we nu toch in het jaar 1905 zijn, hierbij een aanvulling op de vorige aflevering. Op 2 juli 1905 werd Lakerveld getroffen door een ongekende hagelstorm en windhoos, het lot van de meeste bomen heb ik eerder vermeld.

Tot 1905 werd de Lekkerse molen bewoond door de familie den Braven. De akte waarbij besloten werd dat de laatste molenaresse de weduwe Willempje den Braven-Lamboo (weduwe van de op 19 april 1889 overleden Jan den Braven), de Lekkerse molen moest verlaten bevindt zich in het polderarchief van Lakerveld. Hoewel in deze akte vermeld wordt dat Willempje molenaresse was, werd sinds ca. 1892 het bedienen van de molen uitgevoerd door de eerder genoemde en in 1873 geboren Gerrit (“Gart”) den Braven. De familie den Braven was ook zo’n molenaarsgeslacht dat je op meer plaatsen tegenkomt, b.v. in Hei- en Boeicop, maar vooral bij de volgende molen.

  1. De Benedenste of Bonkmolen

Dit is de molen tussen de Meerkerkse brug en het Meerkerkse dorp.

De Bonkmolen gezien vanaf Meerkerk met op de achtergrond de Meerkerkse brug.

Ook deze waarschijnlijk duizenden keren gefotografeerde molen heeft een oude geschiedenis, omdat in 1609 ook voor deze molen de windvang door de eerder genoemde WALRAVEN VAN BREDERODE geregeld werd. Volgens Teixeira de Mattos bedroeg de vlucht 25.55 meter. Andere bronnen vermelden andere getallen. (Thans schijnt de vlucht 25.60 meter te bedragen.)

Aangezien ik enigszins last heb van hoogtevrees ga ik het niet nameten. De middellijn van het scheprad bedraagt 5.95 meter, en de schoepbreedte 0.42 meter. De belangrijkste tochtsloot (toevoerweg) was de zg. St. Nicolaasvliet tussen de Lakerveldse weg en de tegenwoordige kanaaldijk. (Vlakbij de Meerkerkse brug.) Merkwaardig is dat de naam St. Nicolaasvliet door kaarttekenaars in 1716 en 1741 foutief werd toegekend aan de Grote Vliet, die dwars door de Lakerveldse polder loopt. (Dus van Merwedekanaal naar de Zederik; voor Lexmonders dus gewoon “De Vliet”). (Zelfs Teixeira de Mattosmaakt deze fout op pagina 604).

Maar we hadden het over molens, dus verder met de Bonkmolen.
Ook voor de polder West Lakerveld was deze van belang. Het bruggetje net voor deze molen aan de Lexmondse kant van Lakerveld lag er alleen maar om waterlozing vanuit West Lakerveld mogelijk te maken en niet om het autoverkeer anno 2000 te hinderen.
Eerder heb ik vermeld dat molenaar een vak was dat in de familie zat. Dit geldt ook voor de bewoners van de Bonkmolen. In 1876 begint voor deze molen het tijdperk Den Braven toen Gerrit den Braven er kwam malen. Hij overleed in 1880, en werd opgevolgd door Johannes Lamboo, (de vader van Willempje van de Lekkerse molen.) Hij heeft alleen even als “noodoplossing” gemalen, want op 10 oktober 1881 werd hij opgevolgd door Jan den Braven. Op 18-10-1909 nam diens zoon Gerrit (Gart dus!) niet het roer, maar laten we zeggen het scheprad over. Hij bleef hier tot 1942. Toen verscheen Cornelis van Wijk als molenaar, en niet te vergeten als visser (de naam was immers van Wijk) op deze molen. Hij was voor die tijd molenaar in Langerak, en werd door het polderbestuur van deze gemeente van harte aan-bevolen. In het begin van de jaren ’50 werd van Wijk opgevolgd door Piet (zoon van “Gart”) den Braven. Hij was eerst molenaar voor de polder Lakerveld en later toeristisch molenaar. En zo hoorde het ook: Bonkmolen en den Braven horen bij elkaar. (De huidige bewoonster is trouwens ook een den Braven.) Ook de Bonkmolen moest soms wat onderhoud ondergaan. (1911, 1926, 1975, 1976 en 1990.) Ik zal niet op alle details ingaan, maar in 1911 werd het gehele bovenhuis vernieuwd met Amerikaans eikenhout. Dit hout hield niet zo van ons Hollandse weer en in 1975 moest het bovenhuis opnieuw vernieuwd worden.

In een eerder verhaal heb ik het over het zg. windvangrecht gehad. Dit recht is eeuwenoud, net zoals afpaling rond eendenkooien (rust) en het recht van uitpad naar een eigen perceel land over andermans grond. Van dit laatste recht heeft menig “Ruilverkavelingsambtenaar” trouwens grijze haren overgehouden. Toen in 1959 de Christelijk Gere-formeerde Kerk te Meerkerk besloot een nieuw kerkgebouw aan het eind van Lakerveld te bouwen kreeg ook zij met het windvangrecht te maken. Het kostte menige vergadering om met het Lakerveldse polderbestuur tot overeenstemming te komen dat de nieuw te bouwen kerk de windvang van de Bonkmolen niet zou hinderen.
Tenslotte: hoewel op talloze oude Meerkerkse ansichtkaarten deze molen als een Meerkerkse molen werd afgebeeld, was en is het natuurlijk gewoon een stuk Lakerveldse historie. Historie voor Laker-veld is ook het gebouw van de eerder genoemde Christelijke Geref-ormeerde Kerk, dat staat tegenwoordig in de Meerkerkse Tolstraat. (Met goede buren kan deze opmerking wel door de beugel.)

  1. De Kievit

Dit was een zg. wipkorenmolen, die hoewel hij in Lakerveld leek te staan toch op Meerkerks grondgebied stond. Namelijk tussen de Bonkmolen en het Meerkerkse dorp. De plaats in het landschap is aan de verhoging nog duidelijk te zien. Deze verhoging was Meerkerks grondgebied.
De molen brandde op 26 maart 1936 tot de grond toe af. Maar er was toen reeds tot sloop besloten, omdat ze haar taak verloren had, en in verval begon te raken. Een staaltje vandalisme misschien? Deze molen dankte haar naam aan de familie Kievit, die deze molen generaties lang bediende. De laatste bewoner was de heer C. Kievit. Aangezien in deel 1 van ons blad al aandacht besteed is aan het afbranden van deze molen, zal ik er hier niet verder op ingaan. Dit geldt des te meer omdat de meningen over de geschiedenis van deze molen nogal verdeeld zijn. Volgens geschiedschrijvers en foto’s was het in ieder geval een indrukwekkend bouwwerk.

De Kievit met op de achtergrond de Bonkmolen.
  1. De Scherperswijkse molen

Hoewel deze molen geen bijdrage aan de Lakerveldse water-beheersing leverde, maar vooral van belang was voor Lexmond, Kortenhoeven etc. was het natuurlijk een molen die ooit mede het uitzicht over de Lakerveldse polder bepaalde. Vandaar dit verhaal.

Scherperswijkse molen.

Deze molen “waterde ooit uit” op het tegenwoordige Merwedekanaal, om het gemakkelijk te houden. (Op de geschiedenis van dit kanaal zal ik later nog eens ingaan). De molen bevond zich tussen de Zwaanskuiken- en Meerkerkse brug). De plaats waar deze molen stond bevindt zich bij de woning van Eef van Dijk, te zien vanaf het fietspad langs het Merwedekanaal tussen de eerder genoemde bruggen. Bouwdatum is onbekend, maar de oudste vermelding dateert uit 1756. Op het volgende bekende feit over deze molen wil ik toch wat dieper ingaan en dan moet ik opnieuw de datum van 27 januari 1838 noemen. Al eerder heb ik vermeld dat op deze datum het onderhoud aan de Plukkop werd uitbesteed aan de Meerkerkse timmerman Cornelis Bijl. Op diezelfde dag nam hij ook het onderhoud van de Scherperswijkse molen aan. Cornelis Bijl had de plaats van zijn bedrijf goed gekozen. Zijn bouw van molenonderdelen vond plaats aan de Tolstraat in Meerkerk, net voor het bruggetje in de genoemde straat. Op dit bedrijf werden o.a. de delen van molenwieken gebouwd die daarna naar de molens langs de Zederik, dan wel via het “Merwedekanaal”, naar alle kanten, waaronder Scherperswijk verscheept konden worden. Later liet ene Adriaan Bijl op deze plaats het voormalige huis van oud-burgemeester Berends bij het sluisje in de Tolstraat bouwen. Maar dat valt buiten Lakerveld.

Op 17 augustus 1869 kwam Daam van Dijk als opvolger van zijn schoonvader Daam Westerhout op de Scherperswijkse molen. Hij bleef hier molenaar tot 1918.(bijna 50 jaar! dus.)

Tussen 1885 en 1890 maakte hij de verbetering van het Merwede-kanaal mee. Deze verbetering betekende dat o.a. een knik in het Merwedekanaal recht getrokken werd. En dit is de reden waarom het gemaal van Eef van Dijk dus niet tegen het kanaal ligt, maar er een stukje vandaan. Om de afwatering op het kanaal mogelijk te maken werd de watergang tussen het gemaal van Eef van Dijk en het Merwedekanaal gegraven.

Jan van Dijk.

In 1918 werd Daam van Dijk opgevolgd door zijn zoon Jan van Dijk. In Lakerveld bekend onder de naam: Jan van Daam’en.

In 1926 werd de Scherperswijkse molen gesloopt en vervangen door een motorgemaal met een capaciteit van 58 kubieke meter water per minuut. De Hinderwetvergunning hiervoor werd afgegeven op 10 augustus 1925. En zo veranderde Jan van Dijk van molenaar in machinist. In 1926 werd tevens het huis op Scherperswijk gebouwd. Voor de liefhebbers onder ons: Het motorgemaal bestond eerst uit een horizontale Crossley ruwoliemotor van 43 à 47 P.K. gekoppeld aan een centrifugaalpomp met dubbele instroom. In de oorlog werd het motorgemaal door gebrek aan olie van elektriciteit voorzien. (Anno 2000 is de motor weg, maar verkeert de pomp nog steeds in perfecte staat.)

Jan bleef machinist tot 1 januari 1948, toen hij opgevolgd werd door zijn zoon Eef van Dijk. Eef woont er nog steeds, hij maakte in 1986 het einde van zijn gemaal mee toen er een nieuw computer gestuurd en onbemand gemaal gebouwd werd aan het einde van de grote Vliet, die oorspronkelijk niet verder kwam dan de zg. Oost Lakerveldse Middel-wetering, maar speciaal voor dit nieuwe gemaal in 1985 werd verlengd en vooral verbreed tot het gemaal aan de Kanaaldijk. Dit onbemande gemaal beschikt over twee vijzels; elk met een capaciteit van 100 kubieke meter water per minuut en bestrijkt behalve Lakerveld nog meer gebieden. De werking van dit gemaal zou niet altijd feilloos blijken te zijn, zodat menige Lakervelder regelmatig aan de telefoon hing bij het waterschap om vragen te stellen over het waterpeil. Zelfs de eind 20e eeuwse computertechniek bleek niet voldoende om een ieder tevreden te stellen over de waterbeheersing in de 918 hectare grote polder Lakerveld. Het verschil tussen de Lakerveldse ingelanden uit 1895 (zie vorige aflevering) en de mobiele beller uit de jaren ’90 is eigenlijk niet erg groot. Wie schreef ook alweer: “Er is niets nieuws onder de zon?”

Met dank aan mevr. J. van Bezooyen-Lakerveld te Meerkerk en de heren E. van Dijk te Lexmond en A. den Braven te Giessenburg.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.