Onderduiker in Lexmond

KRONIEK
2005-3

L. Lecomte
Naar Lakerveld

Het was november 1944. Met mijn vader was ik op pad geweest om aardappelen te bemachtigen in de Alblasserwaard, hetgeen zo’n dertig kilo opleverde. Op de terugweg naar ons huis in Rotterdam werden we bij Rijsoord door de bevolking gewaarschuwd dat er in Rotterdam razzia’s werden gehouden. Alle mannen van 17 tot 45 jaar werden op transport gezet naar Duitsland. Ik zat fout, mijn vader niet. Hij kon gelukkig naar huis met de zak aardappelen.

Toevallig kwam op dezelfde plek in Rijsoord mijn werkcollega Bas Weeda aan. Hij had een fiets met harde rubberbanden (repen van autobanden). We besloten samen te vluchten; om de beurt trappen en achterop zitten. De fiets bezweek eronder. Verder dus maar lopen, in de alsmaar vallende regen. Tegen de avond vroegen we hier en daar om onderdak, hetgeen lukte in Schelluinen, bij Gorinchem. We kregen een paar stukken brood en mochten op de vloer bij de kachel slapen.

De volgende dag gingen we weer op pad, zonder eten. En maar regenen! We liepen ergens heen zonder te weten waarheen. De hele dag vroegen we bij boerderijen om hulp, maar dat lukte niet. Vooral omdat de mensen benauwd waren voor de Duitsers. Tegen de avond, we waren we al bang dat we ‘s nachts buiten moesten slapen, klopten we aan bij de familie Schep in Lakerveld. Een grote man deed open, keek, hoorde ons verhaal aan en zei: “Kom er eerst maar eens in.” Dat moment ben ik nooit meer vergeten! Er waren daar veel jongens, dus ook kleren, en binnen een half uur zagen we eruit als echte boeren. En dan dat heerlijke eten met pap en fruit na!

Alle stadse jongens hadden in die tijd erg lang haar, maar dat zag Pa Schep (zo noemden wij hem) niet zitten. We moesten naar Meta de kapster. Nou, die wist er wel raad mee! Gek genoeg heb ik nooit meer zulk lang haar gehad.

Ze hadden lef, daar bij de familie Schep. ’s Avonds luisterden wij naar Radio Oranje, dat vanuit Engeland werd uitgezonden, en dat was best gevaarlijk, want dat was verboden.

Bas, en ook ik, hadden het heel goed, maar daar kwam een einde aan, want we moesten plaats maken voor een schipper met zijn gezin. De schipper had zijn schip aan de Duitsers moeten afstaan, maar hij liet het zinken en vluchtte naar de familie Schep. Er werd voor ons wel voor ander onderdak gezorgd. Bas ging naar Van Vuren en ik vond onderdak bij Bassa. Ook prima mensen en ik had hulpwerkzaamheden te doen.

Er waren meer onderduikers in Lakerveld en er ontstonden wat contacten. Zo hadden we wel eens leuke avonden met elkaar met dominospelen en ook wel met toneel en zang. Zo leerde ik ook gelukkig de familie Bosch kennen. Er lag in die tijd veel ijs op het onderwater gezette land en dus werd er geschaatst. Ida Bosch was mijn schaatspartner.

Van Bassa naar Bosch

Op oudejaarsnacht stortte er een Engels vliegtuig neer op het ijs achter de boerderij van de familie Bosch. Iedereen er over het ijs naar toe. Helaas kwam ik iets te dicht bij het brandende vliegtuig, dat het ijs had verzwakt en dus ging ik er doorheen. Het kostte aardig wat moeite om er weer uit te komen. Vrouw Bassa was behoorlijk boos op me en ik moest zelf maar zien hoe ik mijn kleren weer schoon kreeg. Gelukkig kreeg ik hulp van dochter Maartje, die zelf verkering had met een onderduiker.

Bassa kreeg ook andere mensen toegewezen om op te nemen en opnieuw moest ik weg. Maar waarheen dan? Tijdens het schaatsen vertelde ik dit aan Ida Bosch en die besprak het thuis. Nog dezelfde dag mocht ik komen en dat was het beste wat mij kon overkomen. Broer Floor leerde me alles van het boerenwerk, ook melken, al mocht dat niet van zijn vader. Op een kwade dag waren er veel zieken en Pa Bosch moest alle koeien alleen melken. “Ik help wel”, zei ik tegen hem, maar hij geloofde niet dat ik kon melken, tot hij het zelf zag. Daarna mocht ik alles van hem doen. Ik leerde alles wat nodig was om boer te zijn en ik vond het echt leuk.

Terug naar Rotterdam

De bevrijding kwam en ik wilde daarna even terug naar Rotterdam, maar ik had totaal geen papieren en er werd zwaar gecontroleerd. Van de gemeenteveldwachter Schrijvershof kreeg ik een aan twee zijden beschreven bewijs van goed gedrag mee. Dat was maar goed ook, anders was ik nooit in Rotterdam gekomen.

Na een paar dagen was ik weer terug in Lakerveld. Het land werd drooggemalen en er was veel werk te doen, dus vond ik het mijn plicht daarbij te helpen. We hebben weken met de zeis staan maaien om de dikke grasmatras van het land te verwijderen. In september begon de technische avondschool weer, wat het einde betekende van het boerenleven. De buren hoorden dat ik bij Bosch wegging en vroegen of ik bij hen wilde komen werken. Ze wisten niet eens meer dat ik een stadse jongen was.

Nu, na 55 jaar, voel ik me nog verbonden met Lexmond en kom nog graag met mijn vrouw bij de families Schep-Bosch, die toevallig ook elkaar vonden. Jammer dat leermeester Floor ver weg in Brazilië woont, maar we schrijven elkaar nog altijd.

Het vrijgeleidebriefje dat Schrijvershof op 19 mei 1945 schreef voor L. Lecomte.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.