Geschiedenis van Lakerveld (1)

Lek en Huibert Kroniek VHLHB

KRONIEK
1998-1

Aflevering 1

De geschiedenis tot circa 1300

Door: Peter de Pater

Het gebied dat nu Lakerveld heet, lag  tot het jaar 1000 in een uitgebreid moerasgebied tussen de rivieren Lek en Merwede. Een oud Nederlands woord voor moeras is broek, één van de eerste wegen die in dit gebied werd aangelegd is de Broekseweg tussen Meerkerk en Ameide, deze weg heeft dus zijn naam hieraan te danken. Voor wie deze weg kent het volgende: onze voorouders zochten wel de gemakkelijkste plaatsen op om een weg door het moeras aan te leggen. Hieraan dankt de Broekseweg zijn merkwaardige bochten. Volgens sommige historici zou deze weg al door de Romeinen zijn aangelegd als verbinding naar Trajectum (Utrecht).

Lakerveld bleef in ieder geval moeras tot de eigenaren van deze woestenij, begroeid met elzen, wilgen en riet, die omdat er nog geen rivierdijken waren regelmatig door de Lek en Merwede werd overspoeld, besloten het gebied in cultuur te brengen.

De eigenaren waren de bisschoppen van Utrecht, en zij verkochten stukken moeras aan gegadigden om deze in cultuur te brengen. Het feit dat de bisschoppen van Utrecht o.a. Lakerveld bezaten heeft iets merkwaardigs: in de 7e eeuw bekeerde volgens P.Horden Jzn. de heilige Suitbertus de bewoners van deze moerassen tot het Christen-dom. Behalve “geestelijk” gezag, was blijkbaar ook “materialistisch” gezag belangrijk. In dit verhaal zal ik nog genoeg persoonlijke opmerkingen gaan maken, ik zal dus niet gelijk beginnen.

Aan de eerder genoemde “vercoopen” van de bisschoppen van Utrecht en “coopen” door geïnteresseerden, danken we nu nog namen als: Heycoop, Boeicoop, Middelcoop en Reyerscoop. In de aardrijks-kunde staat deze ontginning bekend als cope-ontginning.

De boeren die deze ontginningen uitvoerden hadden een duidelijke kijk op de waterhuishouding en legden weteringen, tochtsloten, schenkels, poldersloten en kaden aan. Voor deze ontginningen hadden ze een duidelijk systeem. Hiervoor zal ik de heer J. de Rek, volgens mij Neerlands grootste geschiedschrijver, aan het woord laten. Ook hij noemt nogmaals het gegeven dat grote delen van het Hollandsche land voor het jaar 1000 uit een barre wildernis van moerassen bestond, waar wat vissers en vogelaars rondzwierven. (Moet mooi geweest zijn als visliefhebber) Maar de tijden veranderen, trouwens hun vismateriaal zal wel niet te vergelijken zijn geweest met de uitrusting van de tegenwoordige visser. Genoeg gefilosofeerd, hier volgt kort samengevat de visie van J. de Rek:

De ontginners begonnen met het graven van twee evenwijdige sloten. Dit viel niet mee met de houten of weekijzeren schoppen van toen. Met de uitgegraven grond van de weteringen hoogden ze het naastliggende land op tot een weg en verhardden die met takkenbossen en riet. Van de weteringen uit groeven ze nieuwe sloten het moeras in. Loodrecht op de weg en alle evenwijdig aan elkaar. Volgens J. de Rek was dit een meesterwerk van ingenieurskunst, en is het volkomen onbegrijpelijk dat de ongeletterde boeren dit voor elkaar konden krijgen.

Het moeraswater zakte in de sloten, en de bovenste veenlagen vielen droog, zo ontstond uit moeras een weide. De koppen van de weren werden opgehoogd, en men bouwde er houten huisjes op, zo ont-stonden langgerekte dorpen in b.v. Waterland boven Amsterdam. Inmiddels is bekend dat ik geen historicus ben, en zeker geen ingenieur, maar dit patroon is in Lakerveld herkenbaar!

P.Horden Jzn. schrijft dat het aannemelijk is dat deze werken al kort na het jaar 1000 zijn uitgevoerd, omdat de “coopers” en kerken voor de kruistochten onbeperkt de beschikking hadden over ‘horigen” en “lijfeigenen”. Deze mensen werkten gratis, dus het waren gewoon slaven. Na de kruistochten was het afgelopen met “horigen” en “lijfeigenen”. De mensen die Lakerveld en Lexmond in cultuur brachten kregen ook met tegenslagen te maken: In 1133 brandt Floris de Zwarte de kerk van Lexmond af, en trekt daarna een spoor van vernieling richting Zaltbommel, de grootste slachtoffers van zulke vernielingstochten waren meestal de plattelandsbewoners: boerderijen werden in brand gestoken, boeren opgehangen, boerenvrouwen en meisjes geschonden. De reden van de woede van Floris de Zwarte? Floris de Zwarte wilde trouwen met de dochter van de graaf van Cuik; het geslacht van Cuik had grote bezittingen rond Vianen. Maar de graaf van Cuik zag niets in dit huwelijk, en uit woede besloot Floris de Zwarte het grondgebied van “schoonpa” eens “onder handen te nemen “. (Dit is pas stalking;lastig vallen van een onhaalbare liefde!)

Maar de vrije boerenstand en de kerken werkten en ploegden voort; ieder jaar bestond behalve het gevaar van bendes ook de dreiging van grote overstromingen die al het werk te niet zouden doen. Er waren immers geen rivierdijken, en bemaling was onbekend.

Pas in 1277 vaardigt Floris V, juist ja, de man die volgens onze geschiedenisboekjes in 1296 vermoord werd, een plan uit tot bedijking van de Alblasserwaard. Tevens besloot hij tot aanleg van de Zouwen-dijk en Bazeldijk. Waarom hebben de Bazel- en Zouwendijkers 1977 het 700-jarig bestaan hiervan niet gevierd?

Het volgende feit is volgens mij in 1984 ook niet herdacht. Op dinsdag 11 april 1284 vindt in Everdingen een vergadering plaats, die tot in 1995 gevolgen zou hebben, zelfs voor Lakerveld. Dat was pas een vergadering!!

Hiervoor zal ik Piet Horden Jzn. aan het woord laten:

“Dijnsdags, 11 april van het jaar 1284 in de Paasweek trok men op naar de kerk van Everdingen: Zweder I van Vianen, Johan van Arkel, Johan van der Leede, Gijsbrecht Utengoie, Huibert van Ever-dingen, Arnoud van Scalquike (Schalkwijk) en enkele anderen be-sloten daar om een dijk aan te leggen van: “Ameyders Sydwende (Zouwendijk) tot Everdingen oppen “Leckedijcke on an dien Dief-wech; voort dien Diefwech ter Lederdamme aent Langewater, (Linge): het Langewater neder tot Arkell aen dien dijcke. (Bazeldijk) enz.

Het indrukwekkende document dat deze woorden bevat, bezegeld met de “uuthangende segelen” van de bovengenoemde heren, wordt zuinig bewaard in de betonnen kluis van het Hoogheemraadschap de Vijf-Heerenlanden aan de Langendijk te Vianen. (thans bevindt dit zich te Gorinchem (red.)) Tot zover P. Horden Jzn. Het opmerkelijke van dit stuk is het feit dat het in oud-Nederlands geschreven is. Dit was voor die tijd zeker niet gebruikelijk. Tot 1250 werden alle officiële stukken in het Latijn geschreven, en pas daarna zien we bij uitzon-dering stukken in het Nederlands geschreven. Voor de echte lief-hebber kan ik meedelen, dat de complete tekst staat afgedrukt in het boekje “De voorgeschiedenis van het Hoogheemraadschap van de Vijfheeren-landen”, uitgegeven in 1963. De slotzin luidt: Dit is gegeven, volmaket en bevest the Everdingen bi der kerken des Dinsdages in die Paessenweke in dusentste tve honderste vir en tachtichte jar dat God mensche wart.

Waarom had deze vergadering nu gevolgen tot 1995?
In deze vergadering wordt besloten tot aanleg van de Diefdijk.
In januari 1995 wordt besloten tot evacuatie van de grootste delen van de Betuwe ten oosten van de Diefdijk. Men gaat ervan uit dat de Diefdijk het eventuele water uit Gelderland bij een dijkdoorbraak bij Varik, Heesselt of Ochten zal keren. En dit was de belangrijkste reden waarom wij als Lakervelders in februari 1995 niet hoefden te verkassen. Wat is geschiedenis een mooi vak, en wat hangt de loop der gebeurtenissen soms af van vergaderingen. Dus mensen ga door met vergaderen, d’r kunnen goeie tussen zitten. Dat de “vergaderaars” één denkfoutje maakten, zou later blijken, maar dit zal ik hun vergeven.

Mocht de lezer nu denken dat er met de aanleg van rivierdijken en een primitieve vorm van uitwatering gouden tijden aanbraken voor de bewoners van het toenmalige Lakerveld, dan moet ik hem/haar teleurstellen. De dijken waren primitief, en het water zou nog menigmaal voor problemen zorgen. Bovendien bleek Floris de Zwarte niet het enigste oorlogzuchtige wezen dat het op Lakerveld voorzien had; maar daarover gaat het volgende hoofdstuk.        (wordt vervolgd)

Bronnen: (deze bronnen gelden voor het gehele verhaal)

  1. Een kleine geschiedenis van het land van Vianen, door P. Horden Jzn. 1953.
  2. 25 Eeuwen Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, door M.W. Schakel. 1986.
  3. De waterwolf slaat toe, door M.W. Schakel. 1954.
  4. De stem van het water, door P.Verhagen 1987.
  5. Burggraaf’en, door H. Burggraaf 1981.
  6. Historisch Geografisch Tijdschrift:
    97.1 De verdwenen ontginningsbasis van Kortenhoeven.
    97.2 Het oude Lexmond.
    Beide geschreven door W. van Zijderveld 1997.
  7. De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland, deel IV (1) De Waarden (Vervolg)
    Afd. II Het Land tusschen Lek en Merwede, door Jhr. L.F. Teixera de Mattos 1933.
  8. De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk, door L. Groningen 1989.
  9. De voorgeschiedenis van het Hoogheemraadschap van de Vijfheerenlanden. 1963.
  10. Beschrijving van het leven der Doorluchtige Heeren van Arckel, schrijver onbekend, 1656.
  11. Van Hunebed tot Hanzestad, door J. de Rek 1973
  12. Holland in vroeger tijd, schrijver onbekend, 1749
  13. De doop en trouwboeken van Lexmond en Lakerveld, tussen 1622 en 1688, en 1694 en 1730. Eigendom van C.S. Grünbauer te Kesteren, en H. de Bruin te Boxmeer, 1994.
  14. Van Bezooyen te Meerkerk.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *