Geschiedenis van Lakerveld (3)

KRONIEK
1999-3

Aflevering 3

Door Peter de Pater

HET WATER (tussen circa 1300 en 1725)

Hoewel dit het derde artikel over de geschiedenis van Lakerveld is, wil ik dit verhaal laten beginnen op 2 februari 1995. Op deze datum steeg het waterpeil in de Lek tot + 4.90 N.A.P. Veel Lexmonders, waaronder schrijver dezes, verzamelden zich die dag op de Lekdijk en voorzagen het waterpeil van al of niet deskundig commentaar. Terwijl ik terug reed naar huis realiseerde ik me dat Lakerveld bij onze woning op – 0.30 m N.A.P. ligt. Dit is een flink verschil met het Lexmondse dorp: een steen in de voorgevel van “De Beurs”, natuurlijk bekend bij elke potlooier, vermeldt een niveau van + 3.125 m N.A.P. Ik besefte, dat hoewel onze boerderij op een woonheuvel gebouwd is, een eventuele dijkdoorbraak bij Cor van Dieren en Wim/Jaap de Jong in Kortenhoeven, die gedreigd schijnt te hebben, het water wel met een ongelooflijk geweld Lakerveld ingestroomd zou zijn.

Achteraf denk ik dat we het gevaar van februari 1995 overschat hebben en denk ik aan Pleuntje Lakerveld – Veen †, die haar hele leven vlakbij het bedreigde dijkvak gewoond heeft en nuchter constateerde dat er altijd kwel was in Kortenhoeven. Ook denk ik aan die 90-jarige Vianer die op de Lekdijk kwam kijken en zei; “tis niks jongens; in 1926 konk hierbovenaan mun handen wassen, tzit er nou nog een meter onder”.

Maar terug naar de geschiedenis:
In het eerste artikel heb ik vermeld dat Lakerveld eens een moerasgebied was, dat te lijden had onder de overstromingen, veroorzaakt door hoog water in de Lek en/of Merwede. Ondanks de aanleg van ringdijken, die na 1284 begon was Lakerveld nog bepaald niet van deze ellende verlost. Wie anno 1998 door Lakerveld rijdt/fietst of wandelt, kan, als hij/zij goed oplet, de primitieve verdedigingsvormen zien die de bewoners aanlegden, om in ieder geval de ergste schade te beperken. Sommige boerderijen zijn op een soort “terp” gebouwd. Het woord “terp” is Fries, in het Hollands heet zo’n ophoging een woonheuvel.

Het mooiste voorbeeld hiervan was volgens mij de boerderij waar eens Arie van Duuren zijn bedrijf had. Door de aanleg van de A27 verdween begin jaren ’70 van deze eeuw zijn boerderij.

Deze oude boerderij moet in de loop der eeuwen erg veel bewoners gehad hebben. Als voorgangers van Arie van Duuren eind 19e en in de 20e eeuw noemen we: W. de Leeuw, C. Bassa, F. Kool, Verhoef, A. de Groot (van beroep “hengstenboer”.) De enige (schrale) herinnering die bleef is de naam van het viaduct van de A27 over Lakerveld, dat nu de naam “De Hocht” draagt.

Voordat ik andere voorbeelden van boerderijen die op een woonheuvel gebouwd zijn ga opnoemen nog de volgende opmerking. Van de meeste adressen in Lakerveld zijn mij generaties bewoners bekend, maar dit past beter binnen een volgende aflevering. In dit artikel beperk ik mij tot enkele opmerkingen over bewoners en bijzonderheden van de boerderijen op woonheuvels. Boerderijen op een woonheuvel zijn onder andere de volgende:

  • 252/254 T.H. en A.B. de Pater. Mijn opa Peter de Pater bewoonde deze boerderij van 1933- 1987. Daarvoor sinds ca. 1880 twee keer A. van Vliet, daarvoor W. Uytenbogaard, daarvoor ca. 1790 de steenrijke Cornelis Buijserd (Hij had 3 boerderijen, en 1 dochter, mooi onderwerp voor een complete streekroman!)
  • 147 J.J.G.M. Klinkenberg. Daarvoor van Hulst, daarvoor eigendomvan Boer en Teunis Kersbergen, daarvoor de dames van Dieren. De woonheuvel was oorspronkelijk groter; in de jaren ’30 van deze eeuw werd een nieuwe schuur naast de boerderij gebouwd, waarbij een gedeelte van de woonheuvel werd afgegraven. (Schuur is inmiddels vervangen door een tuin.
  • 206 A.v.d. Grijn. (Net over de Lakerveldse Vliet)
  • 115 P.A. van Iperen. Daarvoor J. van Iperen en W. van Iperen.
  • 95 L. de Jong, daarvoor zijn vader J. de Jong, boerderij afgebrand op 5 juli 1921, oorzaak een sigarettenpeuk. De brand sloeg over naar het huis van de buren: een boerderij, eigendom van mevr. Scherpenzeel en bewoond door Coop de Jong. Beide boerderijen met schuren gingen te gronde. In 1999 bewoont L. de Jong een boerderij op Lakerveld 95 en wordt het huis ernaast bewoond door mevr. A. Hamerling-van der Ham.
  • 79 G. van Lomwel.
  • 49 W.F.den Boesterd. Boerderij dateert volgens eigenaar uit 1680 en is daarmee met die op 147 de oudste van Lakerveld. Tussen 1931 en 1962 werd deze boerderij bewoond door Johannes ‘t Lam, daarvoor door Gart Scherpenzeel.
    Ik heb hier vanaf Meerkerk gerekend. Bovendien ligt tegenover Lakerveld 192 (ELTI) een zg. vloedheuvel, waarop eens een schuur stond, om tijdens hoogwater het vee te stallen. (Net voor de Lakerveldse Vliet)

    Vluchtschuur, 1965 aan het begin van de afbraak. Foto C. Bassa.

    Het is duidelijk dat op deze nummers de eerste bebouwingen in Lakerveld hebben plaatsgevonden. De hoogste en opvallendste woonheuvels liggen aan de westzijde van Lakerveld. Dit betekent waarschijnlijk dat de ontginning van Lakerveld aan de westkant is begonnen. Er zijn nog meer woon(vloed)heuvels geweest. Maar als men dacht dat men de grond voor andere doeleinden nodig had en de dreiging van het water wel meeviel, werden deze afgegraven. Hiervan zijn mij twee voorbeelden bekend:

    1. Op de plaats waar eens M. van Toor woonde (Lakerveld 84) was een woonheuvel, deze is in 1926 afgegraven. Volgens de Lexmondse overlevering was deze nog hoger dan die van Arie van Duuren en heeft erop een versterkte boerderij gestaan, die ooit eigendom was van de Van Brederodes. De laatste bewoners waren de families A. van Tienhoven-Westerhout en N. Kersbergen. De afgegraven grond werd gestort achter Lakerveld 99. (Vroeger de bungalow van Anton Verwey, in 1999 bewoond door mevr. C. Boote-Slagboom). Het perceel achter dit huis is thans eigendom van L. de Jong.
    2. Tussen Lakerveld 141 (waar tot 1997 G. van Bezooyen woonde, genaamd de Witte Brug) en de zg. Oude Dijk lag een woonheuvel; deze is afgegraven maar een lichte golving in het wegdek van Lakerveld maakt deze plaats duidelijk. Volgens G. van Bezooyen werd de afgegraven grond in de boomgaard naast zijn huis gestort. Dit moet voor 1836 hebben plaatsgevonden, want toen werd Lakerveld 141 gebouwd. Het meest aannemelijk is dat deze woonheuvel is afgegraven toen de Lakerveldse weg tussen 1811 en 1814 door de Fransen werd “gerenoveerd” (maar daarover later meer).

    Archeologisch onderzoek op de woonheuvels heeft op zeer beperkte schaal plaatsgevonden. (Zonder opmerkelijke resultaten overigens)

    Maar terug naar het water.M.W. Schakel vermeldt in zijn boek “25 Eeuwen Alblasserwaard en Vijfheerenlanden” tussen 1200 en 1953 33 overstromingen van de Alblasserwaard en soms de Vijfheerenlanden. Teixeira de Mattos komt tot een iets hoger aantal. De weerkundige J. Buisman weer tot een ander aantal, maar wat maakt het allemaal uit, de ellende was er niet minder om. Ik zal slechts ingaan op een aantal overstromingen die Lakerveld teisterden en die soms interessant zijn omdat de meningen erover verdeeld zijn.

    Overstromingen worden in een aantal groepen ingedeeld, al naar gelang de oorzaak.Kort gezegd onderscheiden we vier overstromingsoorzaken, of combinaties daarvan:

  • De stormvloed:
    Hierbij werd het water van de Noordzee door storm uit het noorden en springtij zo hoog opgestuwd dat het de rivieren opkwam, waardoor de waterstand zo hoog werd dat de dijken braken; het meest recente voorbeeld hiervan is 1953. Lakerveld had hier geen last van, maar het water kwam wel de westelijke Alblasserwaard in.
  • De ijsdamvloed:
    Hierbij vroren in een strenge winter de grote rivieren dicht. Als het begon te dooien brak het ijs en soms ontstonden er dan ijsdammen, hierdoor werd de weg versperd voor het uit Duitsland komende smeltwater en het waterpeil van de rivieren kwam zo hoog dat de dijken het begaven. Voorbeeld: 1726.
  • De opperwatervloed:
    Dit was de meest voorkomende. Hierbij werd het peil in de rivieren zo hoog opgestuwd door grote hoeveelheden regen en smeltwater vanuit Duitsland, dat onze rivierdijken in de problemen kwamen. De recente dreigingen van eind 1993 en begin 1995 hadden deze oorzaak.
  • De inundatievloed:
    Hierbij werd het land moedwillig onder water gezet om eventuele vijanden te keren. Voorbeelden 1574, 1672, 1944.

    Inundatie Lakerveld in 1944.

     

    Het onderwerp “Lakerveld en het water” omvat zoveel geschiedenis, dat ik dit gedeelte van het verhaal in twee delen heb gesplitst. Deel 1 omvat de in de titel genoemde periode; het tweede deel hoop ik te behandelen in een ander hoofdstuk. Voor diegenen die in dit onderwerp geïnteresseerd zijn, worden bij de bronnen genoeg boeken vermeld, die over dit onderwerp gaan. Er is echt heel veel over de Alblasserwaard, de Vijfheerenlanden en het water geschreven.

    Ik zal een paar overstromingen die in genoemde periode vallen behandelen:

    • Op 16 februari 1496 begaf volgens J. Buisman de Lekdijk ten oosten van de Diefdijk het: oorzaak ijs of opperwater. In ieder geval begon de Betuwe vol te stromen. In Gelderland waren ze ook niet gek en staken ze de Diefdijk door, waardoor men water kon lozen op de Vijfheerenlanden. De bewoners van deze regio moesten het verder zelf maar uitzoeken. Uiteindelijk keerde de Zouwendijk het water. De Lakervelders waren blijkbaar nog niet slim genoeg, dan wel te fatsoenlijk, om de Zouwendijk door te steken, om zo de Alblasserwaard “van wat water te voorzien”. Volgens M.W. Schakel en Teixeira brak de dijk bij Hagestein en hebben de Geldersen dus niks verkeerd gedaan.
    • Het jaar daarop (1497) begaf de Diefdijk het opnieuw. In 1523 zou dit weer gebeuren. (Een doorbraak van de Diefdijk door water uit Gelderland betekende automatisch ook het vollopen van Lakerveld.)

Op 11/12 februari 1571 en op 11 januari 1573 begaf de Diefdijk het voor de zoveelste keer. (Mocht de lezer nu denken dat de vergadering van 1284 toch minder geslaagd was dan ik eerder vermeld heb, dan is dit een vergissing; in 1573 brak deze dijk echt voor de laatste keer door. Wel hebben latere generaties soms met hangen en wurgen ervoor gezorgd dat deze dijk anno 1998 al 425 jaar stand houdt. Helaas betekende dit geen 425 jaar droogte voor de Lakervelders. (Want er bestond vanuit het zuiden een hele andere dreiging: water uit Gelderland, dat via de Linge de Vijfheerenlanden en de Alblasserwaard kon bereiken). Maar daarover later meer. De doorbraak van 1573 was wel een belangrijke; het gat werd namelijk niet gedicht, en door deze doorbraak ontstond de z.g. Wiel van Bassa. De dichting van het gat zou nog jaren duren. De Vijfheerenlanden, en dus Lakerveld, bleven voor jaren een watervlakte. Waarom? Zie volgende punt.

Op 18 juni 1574 werd tijdens een vergadering in de Augustijnenkerk te Dordrecht besloten de hele Alblasserwaard en Vijfheerenlanden onder water te zetten, om zich te beschermen tegen de Spanjaarden. Zes jaar daarvoor was immers de tachtig-jarige oorlog uitgebroken en de Spanjaarden hadden inmiddels Vianen in bezit. Voorafgaande aan deze vergadering had een boodschapper de hele regio rondgereisd, om alle ingelanden bij elkaar te roepen. De vergadering werd geleid door drie man: Willem van Nijevelt (schout van Dordrecht), ene Adriaen van Blijenborch en de dijkgraaf, wiens naam onbekend is. Eén van deze drie nam het woord en zei tegen de ingelanden: “datse, omme des noots wille, van drie quade een mosten kiesen, te weten affgebrant te werden, of die dijcken deurstecken te werden, of de viant te resisteren”. (Kort samengevat: we hebben drie mogelijkheden: 1. afgebrand worden, 2. de dijken doorsteken, 3. de vijand weerstaan. De keuze valt dus op punt 2 en zo blijven de Vijf-heerenlanden, en ook opnieuw Lakerveld voor jaren! onder water. Al kostte het opnieuw veel moeite, tijd en vergaderen voor alle dijken doorgestoken waren. Ik vraag me af waar de mensen die toen in Lakerveld woonden al die jaren van bestaan hebben.

Buisman vermeldt niet voor niets dat de jaren tussen 1570 en 1575 ellendig waren voor deze regio. We kunnen deze periode dus uitbreiden tot minstens 1579. (Dan worden pogingen ondernomen de Diefdijk te dichten. Wanneer Lakerveld droog was weet ik niet, maar ergens rond 1580.). Wie mocht denken dat er toen een handjevol mensen in Lakerveld woonde vergist zich: de eerder genoemde Teixeira de Mattos vermeldt dat er in 1561 in Lakerveld 68 hoeven stonden. Dit zijn er echt niet veel minder dan in 1998! Wie er in Lakerveld woonden is interessant en één van mijn volgende artikelen zal over namen gaan (en daar zitten veel bekende tussen). Lakerveld was een voor die tijd redelijk dicht bevolkt gebied, dat ondanks het gegeven dat het nooit genoemd wordt in onze vaderlandse geschiedenisboekjes, erg te lijden had onder de 80-jarige oorlog. Soms denk ik dat de grootste slachtoffers van alle oorlogen diegenen zijn die nooit genoemd worden: b.v. de moeders wier zonen nooit terugkeerden. Dit gold zowel voor onze landgenoten, als de Spanjaarden. De laatsten moesten een oorlog voeren in een onbekend gebied, waarin elk wilgen- en elzenbos in het moeras en op elke watergang een groep vijanden kon schuilen. Wat wreedheid betreft deden Spanjaarden en al hun huurlingen en de “Hollanders” nauwelijks voor elkaar onder.

Maar we dwalen af, terug naar de geschiedschrijving: ook M. W. Schakel† vermeldt dat in de streek grote armoede heerste, wat een aantal mensen doet besluiten deze regio te verlaten.Het land dat rond 1580 weer boven water kwam zal er niet al te geweldig uitgezien hebben. Waarschijnlijk was er voor de toenmalige boeren wel wat anders te doen dan: land bemesten, hooien, melken, sloten bijhouden, greppels open maken, geriefhout hakken en gebruiken voor gereedschap en horden, onkruid opruimen, ongedierte vangen etc. In allereerste instantie zal de Lakerveldse boer er voor gezorgd moeten hebben, dat zijn vee, voor zover hij dat nog bezat, weer het land in kon, en dat hij weer een bestaan kon opbouwen. Het drooggevallen land heeft de eerste jaren bestaan uit een wildernis van moerasplanten, waarvan de koeien weliswaar konden eten, maar niet al teveel melk gaven en niet te hard groeiden. Maar de werkelijkheid van het bestaan bestond uit overleven en niet om koeien met een productie van 8000 liter per lactatieperiode te hebben. Ik heb al eerder vermeld dat ik noch historicus, noch ingenieur ben. Uit het voorgaande blijkt misschien dat ik ook al geen boer ben. De werkelijkheid van de Lakerveldse boer rond 1580 was de volgende: Waterschadesubsidies en een rampenfonds waren er niet voor een regenbui van meer dan 100 mm per 24 uur. Zeven jaar onder water was zeven jaar onder water en verder zoekt u het zelf maar uit. Het enigste wat de getroffenen na een overstroming door inundatie probeerden, was een poging de belastingaangifte naar beneden te krijgen. Het woord belasting bestond trouwens niet. Men sprak toen verponding. Tijdens de inundatievloed van bijna een eeuw later (1672) probeerden de Lakerveldse boeren samen met de Heicoppers een lagere belasting te krijgen. Hun poging was zo interessant dat één van de volgende afleveringen over dit onderwerp gaat.

Rampen troffen niet alleen de boeren; gedurende deze periode werden steden platgebrand en een ieder was op zichzelf aangewezen de dood van alle gesneuvelde en vermoorde familieleden te verwerken en te proberen een nieuw bestaan op te bouwen. Voorbeelden liggen in onze vaderlandse geschiedenis voor het oprapen.

Tot slot van dit stuk over het water tussen 1300 en ca. 1725 het volgende verhaal.Zoals eerder vermeld werd in 1284 besloten tot aanleg van de Diefdijk om het water uit Gelderland te keren. Deze dijk vervulde zijn functie soms goed en soms niet (zie bovenstaand verhaal). De Zouwendijk en de Bazeldijk hadden de functie om water uit Gelderland en de Vijfheerenlanden buiten de Alblasserwaard te houden. In 1726 stroomde de Vijfheerenlanden onder, veroorzaakt door een doorbraak in de Noorder Lingedijk bij Kedichem. (De Diefdijk deed zijn werk goed.)

Wat bedenkt in zo’n situatie de boer uit de Vijfheerenlanden en met name uit Lakerveld? Of ze verstand van geschiedenis hadden weet ik niet, maar in 1496 hadden de Gelderlanders een goed voorbeeld gegeven: Juist ja, steek de Bazeldijk en de Zouwendijk door en de nog lager gelegen Alblasserwaard loopt vol en de Vijfheerenlanden leeg. Bovendien waren de Bazeldijk en de Zouwendijk onbenullige waterkeringen vergeleken met de Diefdijk. De Alblasserwaarders hadden dit in 1284 goed gezien en hadden niet voor niets meebetaald aan de Diefdijk (volgens bron nr. 19).

Maar terug naar 1726. Hier volgt in het kort het verhaal. Of de Lakervelders en andere belanghebbenden het tactisch hebben aangepakt weet ik niet, maar in de vroege morgen van woensdag 3 april 1726 trok een grote schare Lakerveldse boeren, gesteund door andere Vijfheerenlanders, naar Meerkerk. Aangezien de Vijfheerenlanden al onder water stond, waren ze gekomen met alle vormen van schuiten en schouwen. Hun bedoeling was duidelijk want de meesten waren gewapend met snaphanen, pistolen, ander wapentuig en uiteraard spaden. De aanvoerder moet een zekere Klaas Meyertsen geweest zijn. Vol overgave begonnen ze aan het spitwerk in de buurt van de tegenwoordige Hoenderwiel. De schout van Meerkerk: Dirk Boellaard, spoedde zich naar de Hoenderwiel en gelastte de Vijfheerenlandse boeren onmiddellijk op te houden met hun gespit. Dit maakte weinig indruk op Klaas Meyertsen en hij zweepte zijn boeren op om door te spitten. Schout Dirk Boellaard vond zijn leven toch even belangrijker dan de Zouwendijk en rende terug naar Meerkerk. Dit nieuws deed snel de ronde en een volgende serie Vijfheerenlandse boeren marcheerde door Meerkerk, om ook de Bazeldijk onder handen te nemen. (Ze deden dit op twee plaatsen, nl. bij de asfaltfabriek van “van Kessel”, en tegenover “de Poort van Kleef”.

Schout Dirk Boellaart, inmiddels veilig terug in Meerkerk, alarmeerde de boeren in de Alblasserwaard en het militaire garnizoen in Gorinchem. De Alblasserwaard stuurde twee boeren per 100 morgen. (Dit was het zg. dijkleger: een groep bewoners die ingezet werd bij rampen in de regio) Gezien de oppervlakte van de Alblasserwaard was dit een flink gezelschap, (ca. 440 man) maar omdat de hele Alblasserwaard omringd is door dijken, had men in noodsituaties al deze mensen wel nodig. Waarschijnlijk werden in 1726 deze niet allemaal ingezet, omdat het gezien de omstandigheden in die tijd onmogelijk was om b.v. boeren uit Oud-Alblas en Alblasserdam in zo’n korte tijd bij Meerkerk te krijgen. (Geen provinciale weg als racebaan voor b.v. Mercedessen en B.M.W’s, uitgerust met autotelefoon en GSM’s. Alle andere 20e eeuwse communicatiemiddelen zal ik buiten beschouwing laten)

De Heer van Noordeloos: Hendrik van Barnevelt, voerde het Gorinchemse garnizoen aan, bestaande uit 25 soldaten en een officier. Tegen 5 uur in de avond bereikte hij de Bazeldijk. Toen de boeren de soldaten zagen naderen, namen zij de vlucht in de meegebrachte schouwen. Toch werd er geschoten, één van de boeren sneuvelde, en een andere raakte gewond. Toch hadden ze goed gespit want de soldaten konden niet door de gaten heen. De “Bazeldijkse spitters” voeren naar Meerkerk, en liepen daar recht in de handen van wat stevige Alblasserwaardse boeren, (het eerder genoemde dijkleger) die inmiddels waren gearriveerd. De Vijfheerenlanders gingen daarna zwaar in elkaar geslagen terug naar Lexmond. Gelukkig was niet het hele Alblasserwaardse dijkleger ingezet, want dan was er van de Vijfheerenlanders weinig overgebleven. Zoals hiervoor vermeld vielen er echter toch rake klappen. M.W. Schakel gebruikt het volgende citaat: “De met bebloede koppen afdruipende Lexmonders”. Dit bewijst ook het feit dat er veel Lakerveldse boeren betrokken geweest moeten zijn bij deze actie. Lexmond lag immers hoog en het waren vooral Lakervelders die belang hadden bij deze actie, (waren er Uytenboogaarden en Burggraeffen bij?, waarschijnlijk wel) maar daarover later meer. Hoe liep het verder af: de gaten in de Zouwen- en Bazeldijk werden snel gedicht (de volgende dag) en daarna werden deze twee dijken extra bewaakt. Lakervelders bleken toch een bedreiging want de soldaten kregen 10 stuivers boven hun soldij, alsmede “vrij quartier” (Gratis inwoning dus). Het laatste was waarschijnlijk belangrijker dan het eerste. Tot slot: hoe liep het af met Klaas Meyertsen? (aanvoerder der Lakervelders, en Vijfheerenlanders). Wel op 24 april 1727 werd hij voor zijn leven uit Holland en Westfriesland verbannen en werden al zijn goederen verbeurd verklaard.

Elke aflevering heb ik geprobeerd met een positieve opmerking te besluiten, helaas kan dit niet gelden voor dit verhaal, want de rust voor de Lakervelders duurde slechts iets meer dan 10 jaar: in 1740 brak weer een ellendige periode aan voor de Lakervelders. (De mens bleek meer vijanden dan mensen en water te hebben, al speelde het laatste toch weer een rol). Maar daarover in een volgend artikel.

Bronnen

    1. Een kleine geschiedenis van het land van Vianen, door P. Horden Jzn. 1953.
    2. 25 Eeuwen Alblasserwaard en Vijfheerenlanden, door M.W. Schakel. 1986.
    3. De waterwolf slaat toe, door M.W. Schakel. 1954.
    4. De stem van het water, door P. Verhagen 1987.
    5. Burggraaf,en, door H. Burggraaf 1981.
    6. Historisch Geografisch Tijdschrift:
      1 De verdwenen ontginningsbasis van Kortenhoeven.
      97.2 Het oude Lexmond.
      Beide geschreven door W. van Zijderveld 1997.
    7. De waterkeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland, deel IV (1) De Waarden (Vervolg) Afd. II Het Land tusschen Lek en Merwede, door Jhr. L.F. Teixeira de Mattos 1933.
    8. De Vijfheerenlanden met Asperen, Heukelum en Spijk, door C.L. van Groningen 1989.
    9. De voorgeschiedenis van het Hoogheemraadschap van de Vijfheerenlanden. 1963.
    10. Beschrijving van het leven der Doorluchtige Heeren van Arckel, door A.L. Kemp 1656.
    11. Van Hunebed tot Hanzestad, door J. de Rek 1973
    12. Holland in vroeger tijd, schrijver onbekend, 1749
    13. De doop en trouwboeken van Lexmond en Lakerveld, tussen 1622 en 1688 en 1694 en 1730. Eigendom van C.S. Grünbauer te Doodewaard en H. de Bruin te Boxmeer, 1994.
    14. van Bezooyen te Meerkerk.
    15. de With te Hei- en Boeicop.
    16. van Zijderveld te Lexmond.
    17. Lakerveld – Veen † te Lexmond.
    18. Streekblad “De Vijfheerenlanden”, medio februari 1995
    19. De incorporatie van Culemborg in de Bataafse Republiek, door Mr. A.J. van Weel uit 1977.
    20. Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, door J. Buisman, deel 3 uit 1998.
    21. Van Bourgondië tot Barok, door J. de Rek 1969
    22. van Duuren te Lexmond

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *